Geleidingsslechthorendheid

 

    Algemeen
Elk probleem in het uitwendig of middenoor kan een geleidingsslechthorendheid veroorzaken. We noemen dit een geleidingsslechthorendheid omdat daardoor de geleiding van het geluid naar het binnenoor toe wordt verhinderd. De mogelijke oorzaken kunnen sterk verschillen. Dit kan gaan van een banale oorprop in de gehoorgang of vocht in het middenoor tot ernstiger zaken zoals een niet aangelegd oorkanaal, een gaatje in het trommelvlies, beschadiging van de gehoorbeentjes, een ontsteking van het middenoor enz.

Hierdoor treedt een verzwakking op van het geluidssignaal. Het gehoorverlies bedraagt maximaal 60 à 70 dB. In veel gevallen is het gehoorverlies slechts tijdelijk en normaliseert het gehoor zich wanneer het oorzakelijk probleem is opgelost. In veel gevallen kan uw arts hulp bieden. Soms is chirurgie noodzakelijk.

 
 
 
verwijzingen:

 

Gevonden: