|
CANS staat voor Complaints of Arm Neck and/or
Shoulder - klachten aan arm nek en/of schouder. CANS is een model dat sinds
2004 in Nederland gebruikt wordt en waarin 23 aandoeningen beschreven zijn.
Behalve de wat 'duidelijker' te diagnosticeren aandoeningen is hierin een
restgroep voorzien: A-specifieke CANS.
CANS is evenals RSI geen diagnose op zich, maar is een typering voor
werkgerelateerde aandoeningen die behandeling behoeven. Een goede diagnose
stellen blijft van belang. Het CANS-model is daarvoor een hulpmiddel.
Hoewel het CANS-model een goede basis biedt voor een eenduidige benadering
van het klachtenbeeld heeft de toepassing en het gebruik van de term CANS in
Nederland voor veel verwarring gezorgd. Buiten Nederland bestaat deze term
niet en het publiek, de onderzoekssector en vele behandelaars geven aan met
het begrip niet goed uit de voeten te kunnen (bron: RSI
Patiëntenvereniging]). Om die reden wordt het opportuun geacht de term "RSI"
te blijven gebruiken, of de internationaal meer gebruikelijke term "musculoskeletal
disorders" (MSD's).
Specifieke CANS:
-
Bicepspees tendinose
-
Bursitiden rond de elleboog
-
Carpaaltunnelsyndroom
-
Cervicale hernia
-
Cubitaal tunnelsyndroom
-
Ziekte van Dupuytren
-
Epicondylitis lateralis cubiti
-
Epicondylitis medialis cubiti
-
Frozen shoulder
-
Guyon kanaalsyndroom
-
Instabiliteit van de schouder
-
Instabiliteit van de elleboog
-
Scheur in het labrum glenoidale
-
Lokale artritis (geen RA) in een gewricht
van de bovenste extremiteit
-
Oarsman's wrist
-
Radiaal tunnelsyndroom
-
Raynaud's fenomeen
-
Rotator cuff scheuren
-
Subacromiaal impingementsyndroom (rotator
cuff syndroom, tendinosen en bursitiden rond de schouder
-
Sudeckse dystrofie
-
Suprascapulaire compressie
-
Triggerfinger
-
Ziekte van De Quervain
|